Pompenburg, Verhalen van het land

Door Marco Nijbakker

Dit verhaal is niet gebaseerd op een waargebeurd verhaal, maar sommige van de feiten kloppen wel, zoals dat er van de 16e eeuw tot de 18e eeuw een korenmolen in Pompenburg stond.

1579, Pompenburg.

Johan zette de pot met gestampte koren weg. Hij veegde het zweet van zijn voorhoofd. De hele dag was hij al bezig geweest met het koren tot meel te stampen. Hij had nu drie potten vol. Die had hij bij de overige 14 potten gezet. Daarvan zou er twee derde naar de landheer gaan, samen met de helft van de broden. Dat was de provisie die ze aan hun heer moesten betalen voor dat seizoen. Nou ja, eigenlijk moesten ze meer geven, maar als ze dat zouden doen zouden ze te weinig voor henzelf overhouden om te verkopen en te eten. Ze hadden dit jaar geen goede oogst gehad. Toegegeven, het had slechter kunnen gaan. Maar heer Karel zou niet blij zijn. Met een kreun kwam Johan overeind. Hij had uren achter elkaar gezeten en nu had hij kramp in zijn benen. Een beetje geërgerd liep hij naar buiten. Toen hij buiten kwam, knipperde hij met zijn ogen. Het licht was buiten erg fel vergeleken met de benauwde werkkamer in de molen met als enige lichtbron een klein raampje bovenin en voor wanneer het donker was een kaars. Toen Johan gewend was geraakt aan het felle licht van de zon, keek hij om zich heen. Met zacht geklots draaide de molen in de Pompenburgsingel. Hij stond op het kleine zandweggetje dat de molen met de straat verbond. Die straat had voor de molen een t-splitsing: één weg ging de stad verder in, één weg leidde naar de oostelijke stadspoort en één weg leidde naar de westelijke stadspoort. De weg was gemaakt van kinderkopjes en aan de weg grensden huizenblokken. De huizen waren grotendeels van steen en niet erg hoog. Er liepen veel mensen op de straten, want vandaag was er markt. Zijn vader en zijn broer stonden hier ergens dichtbij meel te verkopen, wist hij. Eigenlijk wilde hij bij ze gaan kijken, maar de angst voor nog meer klusjes weerhield hem daarvan. Hij liep dus niet in de richting van de markt, maar naar de brug over de Pompenburgsingel. Daar bleef hij staan en keek hij over de rand van de brug naar het water. Er stond die dag niet zo veel wind, dus het water was relatief rustig. Hij was moe en hij was dan ook al half in slaap gevallen toen het geluid van een naderende koets hem wakker schudde. Achter die koets volgde nog een koets en daarachteraan kwamen mannen aangelopen. Het was het leger, met zojuist opgetrommelde militairen. Johan wist niet wat er precies aan de hand was, maar hij wist in elk geval dat de Lage Landen oorlog hadden met Spanje en dat ze (de Lage Landen) er niet goed voor stonden. Hier dacht hij over na toen hij plotseling zijn broer zag lopen. ‘Gerrit! Waar ga je naartoe!?’ riep Johan uit. Gerrit keek hem aan, glimlachte en zei: ‘Ik ga onze vrijheid verdedigen, broertje. Maar maak je niet ongerust. Ik ben terug voor je t weet. We gaan dit gemakkelijk winnen.’ En weer glimlachte Gerrit, deze keer wat minder overtuigend. En toen liep hij weer verder. Met grote ogen keek Johan hem na. Toen ze uit het zicht verdwenen waren, liep Johan naar zijn vader. Die vertelde hem weinig meer: Gerrit was aangewezen om mee te vechten tegen de Spanjaarden en nu zou Johan dus ook Gerrits klusjes moeten doen tot Gerrit terugkwam…

En zo verstreken jaren, maar Gerrit kwam niet terug. Uiteindelijk maakte Johan, die de molen erfde toen zijn vader overleed, niet eens het einde van de oorlog mee.
Johan kreeg een zoon in 1602 die hij naar zijn broer noemde. Gerrit Johanszoon onderhield de molen zijn hele leven en kreeg in 1637 een zoon. Die noemde hij Peter. Zelf overleed Gerrit in 1640 in de oorlog tegen Spanje, die toen nog steeds woedde. Peter kreeg een dochter in 1666, die hij Johanna noemde, naar zijn grootvader. Peter overleed op zee, in oorlog met de Britse vloot. Johanna werd ziek en overleed op 12-jarige leeftijd aan de pest. Zo kwam er een einde aan Johans familielijn in 1688. Toen een nieuw gezin in de molen trok, zetten ze een standbeeld neer om het tragische leven van de vorige molenaarsfamilie te gedenken.

In 1740 werd de molen gesloopt.

In 1923 werd in Pompenburg het Grand Theatre Pompenburg gebouwd, een bekende bioscoop.

1930, Pompenburg

Snel liep Pieter de trap op, naar de projector. Over 2 minuten moest de film draaien. Hij sprong de laatste 2 treden naar boven op, duwde de deur open en rende erdoor naar binnen. Hendrik zat al op hem te wachten. Hij liep naar de projector en keek op zijn horloge. Even later begon in de zaal een film van Charlie Chaplin. Dit gebeurde in het Grand Theatre Pompenburg, een theater in Rotterdam waar Pieter werkte. Het was er altijd druk geweest en Pieter had zich dan ook nooit echt druk moeten maken om zijn salaris. Maar nu was er crisis en zijn ontslag dreigde zelfs. Er kwamen steeds minder mensen nog naar de film. De zaal was vaak nog maar voor driekwart gevuld, waar hij eerst vol zat. Pieter moest eigenlijk een kleiner huis gaan zoeken, maar de huizen waren lang niet meer zo veel waard, dus als hij zijn toenmalige woning verkocht zou het lang niet zo veel opleveren als waar hij het jaren terug voor had gekocht. Na de film liep Pieter naar huis. Hij lette amper op waar hij liep omdat hij hard aan het nadenken was over hoe hij deze crisis ging overleven zonder te erge schade.

De crisis ging door en het herstel begon in 1936 pas. Pieter was ondertussen naar het platteland verhuisd omdat de woningen in de steden te duur werden. Hij woonde nog steeds op het platteland op 14 mei 1940, toen Rotterdam werd gebombardeerd. Pieter schrok hevig toen hij hoorde wat er was gebeurd. Na een paar weken ging hij terug naar zijn geboortestad om te kijken hoe het theater ervoor stond. Toen hij eenmaal bij de Pompenburgsingel was aangekomen zag hij alleen nog een ruïne van wat ooit het Grand Theatre Pompenburg was.

In 1940 werd de Delftsche Poort verplaatst naar Pompenburg. Helaas is dat niet helemaal gelukt doordat het bombardement de Poort zo erg had verwoest dat het geen zin meer had. Na 65 jaar is er alsnog een reconstructie van de Delftsche Poort gebouwd in Pompenburg.

Nadat de oorlog afgelopen was in 1945 werd de Pompenburgsingel vervangen voor een brede weg.

In 2010 was er een daklozenopvang gevestigd in Pompenburg. Daar waren de bezoekers aan het tuinieren geslagen. Toen de opvang wegging uit Pompenburg kwamen 2 mannen naar de gemeente met een plan om de tuin in Pompenburg te onderhouden. Na een aantal jaren lukte het hun om toestemming te krijgen. De oorspronkelijke tuin was inmiddels vervallen.

2014, Pompenburg

Daniël stuurde de Luchtsingel in, reed de stoep op en stapte van zijn fiets af. Niet veel later kwam ook Rutger aan. Ondertussen had Daniël de boel al een beetje verkend. ‘We zullen hier wel echt vanaf het nulpunt moeten beginnen, Rut.’ Zei hij. Rutger keek ook om zich heen en knikte instemmend. ‘Ja, van die tuin is weinig nog over. Maar nu we er al zo lang mee bezig zijn wil ik doorzetten ook.’ ‘Ja, ja, natuurlijk.’ Daniël liep het parkje in en wees: ‘Daar in de hoek kunnen we wel een goed aantal groenten planten, denk je niet? En dan lijkt het me handig om daarvoor de opslag te zetten.’ Rutger liep met hem mee en zei: ‘Dat is inderdaad zo’n gek idee nog niet, Daan.’ Maar dan blijft er nog een hele hoop ruimte over. Wat doen we daar dan mee…?’ ‘Tja,’ zei Daniël, ‘dat kunnen we later misschien ook nog wel gaan gebruiken?’

4 jaar later

Ellen liep naar het hutje om even pauze te nemen. Ze had die middag veel gedaan in de tuin en had nu veel trek in een beetje rust. Ze ging naar binnen en nam een glaasje appelsap. Net op dat moment kwam Daniël binnen. Zodra hij Ellen zag glimlachte hij en zei hij hij: ‘Hallo, ff pauze nemen?’ ‘Ja, dat kan ik zo onderhand wel gebruiken.’ Ze liep weer naar buiten en keek naar de tuin. Er was een plein gekomen met allerlei kunstige objecten die waarschijnlijk moesten lijken op letters die de grond in zakten. Zoals gewoonlijk zaten er wat bezorgers te wachten op een bestelling. Sommigen praatten met een vriend, maar de meesten zaten met oortjes in te wachten. Verder was er hier en daar iemand bezig met de tuin. Het was best rustig in de tuin die dag. Maar als Ellen naar links keek, kon ze het rumoerige stadsleven rond Hofplein zien, met aan de overkant van de straat een monument van de Delftsche Poort. Er reden een hoop auto’s over de weg.

Ik keek uit het raam van de auto naar de brug die over Pompenburg ging. Ik probeerde in het voorbijrazen te lezen wat er stond. Ik was me totaal niet bewust van de tuin eronder, of van de geschiedenis die het met zich meedroeg van het Grand Theatre en molen De Pomp en meer…


Voor een bliksemstage schreef Marco Nijbakker, gymnasium 3 GSR, dit superleuke verhaal over het stukje land waar de Vredestuin en Park Pompenburg liggen. Vaak worden de verhalen van het land in de stad vergeten (als het land al door voorbijgangers gezien wordt). Ze zouden vaker opgeschreven moeten worden. Mooi gedaan Marco!

— foto uitgelichte afbeelding in publieke domein. Bron: http://www.wikipedia.org

Motie Eetbaar Groen!

De motie ‘Eetbaar Groen, Rotterdam Plukt de Vruchten’ is op donderdag 11 juli unaniem door de Rotterdamse gemeenteraad aangenomen. De motie, opgesteld door GroenLinks, Nida, SP en CU-SGP, verzoekt het college om ‘bij nieuwe aanplant van bomen en struiken bij door bewoners of initiatieven beheerde locaties vaker te adviseren en te kiezen voor eetbaar groen.’

GroenGoed heeft de afgelopen jaren (samen met organisaties zoals Groen010 en Groene Groeiplekken) ervoor gelobby’d dat bij nieuwe aanplant de gemeente een significant percentage eetbaar groen hanteert. Als dat structureel beleid wordt, dan kunnen enkele hectares stadsgroen productief gemaakt worden.

Met de samenwerkingsverbanden van Groen010 en Groene Groeiplekken hebben we erg ons best gedaan steun te vinden bij politieke partijen. Zo hebben we in aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen vanuit de Groene Groeiplekken alle partijen een brief gestuurd met groene aanbevelingen, waar dit er een van was. Op 14 november 2017 hebben SP en Nida vervolgens een motie ingediend om voor 40% van nieuwe aanplant te kiezen voor eetbaar groen. De partijen SP, Nida, GroenLinks, PvdA en PvdD stemden vóór. Maar dat was niet genoeg voor een meerderheid. We hebben de stelling terug laten komen in het Groot Groen Verkiezingsdebat. Ook in de brief met adviezen aan het nieuwe college, die we vanuit groen010 schreven samen met Natuurmonumenten en de Groene Connectie, hebben we de aanbeveling van 40% eetbaar bij nieuwe aanplant meegenomen.

De motie eetbaar groen die nu is aangenomen, gaat niet zo ver. De motie draagt niet op dat de gemeente er beleid van maakt eetbaar groen aan te planten. De gemeente hoeft dus niet haar eigen handelen te veranderen, maar alleen te adviseren wanneer burgers handelen. Deze motie lijkt niks te veranderen aan groen dat niet in zelfbeheer is. Daar blijft de gemeente kiezen voor niet-productief groen.

Toch is de motie wel een stap in de goede richting. Op zijn minst is het een erkenning van de gemeenteraad dat eetbaar groen belangrijk is. De motie is UNANIEM aangenomen. Geen partij, geen raadslid heeft tegen gestemd! Dat is een cultuurverandering en niet onbelangrijk. De stap naar een concrete maatregel dat de gemeente zelf ook meer eetbaar groen gaat aanleggen komt daarmee dichter bij. Er is nog wel werk te verzetten. En daar blijven we mee doorgaan. Maar we hebben een mooi tussenresultaat bereikt!

De Tuinen, de Andere Wereld: Lente

Lente

In de wintermaanden zie je overal om je heen hoe de natuur zich oplaadt. Onzichtbare opgekropte energie bouwt zich op in knoppen, in bloembollen, knoppen rabarber die voller en voller worden. En dan opeens, in een of twee weken tijd is het warmer en barst de natuur uiteen in een eruptie van leven die we de lente noemen. In een paar weken tijd veranderen lege tuinen tot weelderige, bloeiende, zinderende oases.

Op de tuinen wordt het feest van de lente gevierd door een enorme zaaiwoede. De meeste gewassen, van peultjes, worteltjes, uien, sla en kolen tot pompoen, tomaten en courgettes, gaan in de maanden maart, april en mei de grond in. Het is een genot te zien hoe de eerste kiemplantjes van peulen en raapstelen de bodem openbreken en de eerste blaadjes ontvouwen. Iedereen zou een keer goed naar zo’n plantje moeten kijken. Ga op in de vrolijke vastberadenheid, levenslust, de kracht en schoonheid die in zo’n jong plantje zit.

Zoals elk jaar brengt deze tijd van vruchtbaarheid en levenslust veel mensen naar de tuinen. De winterslaap is voorbij. Het is tijd om weer verliefd te zijn: op het leven, op de wind, de warmte van de zon op je huid, op de geuren van gemaaid gras en meidoornbloesem, op al die toffe mensen om je heen. De tuinen trekken weer grote groepen mensen die meehelpen met zaaien, planten, lol maken, plannen afstemmen om iets moois te maken van de wereld, samen eten bij een kampvuur en muziek maken.

Armoedebestrijdingsbeweging

Met GroenGoed zijn we aangesloten bij de RAB, de Rotterdamse Armoedebestrijdings Beweging. En de RAB is lekker bezig! Zo heeft de strijd van bewoners tegen schrijnend achterstallig onderhoud in woningen in Lombardijen eindelijk geleid tot schriftelijke vragen aan de wethouder. Daarnaast heb ik samen met mijn RAB-collega Sjoerd van Schooneveld een interview gepubliceerd over een plan van de politieke partij NIDA om in Rotterdam een pilot te beginnen met huurkoop. Huurkoop zou huurders van huizen die geliberaliseerd worden de mogelijkheid geven om met hun huur aandelen op te bouwen in hun huis, zodat ze langzaam maar zeker eigenaar worden van het huis waar ze in wonen. Gezien de stijgende huren en de armoede die daaruit voortkomt is het een interessant plan. Het haalt ook schuld en (afhankelijk van hoe je het organiseert) ook rente uit het financieringsstelsel voor woningen. Je kan er ook vragen bij stellen: want het stelt niet ter discussie of die huizen in de eerste plaats wel geliberaliseerd moeten worden. Maar dat vind ik mooi aan wat we met de RAB doen: naast dat we actie ondernemen, maken we ook inzichtelijk op wat voor manier alternatieve structuren een bijdrage kunnen leveren aan armoede en wat de grenzen ervan zijn.

Klimaatbeweging

Samen met andere organisaties zoals het Rotterdams Klimaat Initiatief en Rotterdam Fossiel Vrij hebben we ons met GroenGoed en de Vredestuinen ons best gedaan zoveel mogelijk Rotterdammers te mobiliseren om samen te reizen naar de klimaatmars van 10 maart in Amsterdam. De klimaatmars was een enorm succes! De paar honderd Rotterdammers zetten de trein op stelten, gewapend met liederen en muziekinstrumenten. Ondanks de bitterkoude regen trokken 40.000 mensen van de Dam naar Museumpark om zich uit te spreken dat de klimaatplannen van de regering niet voldoende zijn en onrechtvaardig. Er zijn leuke filmfragmenten gemaakt door Open Rotterdam TV, RTV Rijnmond en WijkTV

De woensdag na de klimaatmars stonden zes Rotterdamse organisaties voor de gemeenteraad om in te spreken over de plannen voor een Rotterdams klimaatakkoord. Vanuit GroenGoed hebben we ingesproken om erop te wijzen dat in de plannen voor een Rotterdams klimaatakkoord te weinig aandacht was voor de rol van consumptie, voor de ecologie in de stad, voor armoede en voor fundamentele maatschappelijke structuren (Inspreektekst GroenGoed)

Het is moeilijk een inschatting te maken welke kant het opgaat in Rotterdam. Het ene moment zie ik het rooskleurig in. Er wordt hard gewerkt aan een energietransitie en een Rotterdams klimaatakkoord. En de gemeente wil met een ‘Groenoffensief’ 20 hectaren nieuw groen realiseren. Maar het andere moment houd ik mijn hart vast. In de plannen voor het klimaatakkoord speelt ecologie geen rol. En door alle mogelijke manieren van het meten van groen is er veel ruimte voor scepsis over het groenoffensief. Wordt wel echt al het groen dat verdwijnt mee gemeten bij het opmaken van de balans of er netto wel meer groen komt? Maakt veel kwalitatief groen met volwassen bomen niet plaats voor daken met sedum? Terwijl hierover gesteggeld wordt, liggen de gekapte boomstammen en houtsnipperbergen hoog opgestapeld in het Lage Bergse Bos en liggen er plannen om een groot distributiecentrum te bouwen op de Rozenburger Landtong wat nu een prachtig natuurgebied is. En de bouwwoede is niet te stoppen. Gelukkig is er ook mooi protest tegen dergelijke plannen. Welke kant gaat Rotterdam op? Hoe ziet Rotterdam er over tien jaar uit?

Cultuur Bouwen

In het hele spectrum van ontwikkelingen in Rotterdam is het desde belangrijker wat we met GroenGoed en de Vredestuinen doen. Ja, wanneer het ons lukt, mengen we ons in het maatschappelijke en politieke debat. We proberen invloed uit te oefenen om ervoor te zorgen dat we als stad grote stappen zetten op het vlak van ecologie, duurzaamheid en armoedebestrijding. Maar politieke maatregelen zijn niet altijd blijvend. Ze volgen de grillen van de publieke opinie. Wat dit college bepaalt kan door een volgend neo-liberaal en xenofoob college teniet gedaan worden. Hoe de wereld er over tien jaar uit ziet is afhankelijk van culturele beweging: veranderingen in de manier waarop mensen betekenis geven aan het leven. Werkelijke langdurige en stabiele verandering ontstaat door te bouwen aan cultuur. En dat is wat we op de tuinen doen.

We bouwen cultuur. Wat betekent dat? Cultuur wordt gezien als alles wat mensen hebben aangeleerd, in plaats van natuurlijk geërfd. Wat je aangeleerd hebt, heeft altijd te maken met kennis, of met betekenis. Cultuur wordt dus ook wel gezien als het geheel van manieren waarop mensen betekenis geven. Cultuur is niet altijd immaterieel. Een kerk is een object met veel betekenis. Maar ook een hamer of een stok die we slijpen tot speer om te jagen is cultuur. Die geslepen stok is wat we hebben aangeleerd. Het is een object met een doel met betekenis. In de ene cultuur wordt op een andere manier betekenis gegeven aan het dagelijks leven dan in de andere cultuur. In de moderne wetenschappelijke cultuur wordt anders betekenis gegeven aan het leven dan in de Christelijke, Islamitische of Hindoeïstische cultuur.

Ik ben ervan overtuigd dat klimaatverandering en armoede onlosmakelijk voortkomen uit fundamentele maatschappelijke structuren (zoals onze vrije markt en ons geldstelsel) die op hun beurt onlosmakelijk voortkomen uit onze moderne cultuur. Kortweg (en, toegegeven, noodzakelijkerwijs ook even kort door de bocht) heeft onze moderne natuurwetenschappelijke cultuur onze band met de natuur verbroken. Natuur wordt gezien als een levenloos object, een verzameling toevallig mechanistisch met elkaar verbonden chemische zielloze deeltjes, te gebruiken voor onze menselijke doeleinden. Natuur is zielloos, toevallig (doelloos), en levenloos: chemisch, natuurkundig, mechanisch. Onze cultuur is antropocentrisch: de mens staat centraal. De mens, door zijn superieure wetenschappelijke kennis, staat boven de natuur en vervult zichzelf door macht uit te oefenen over de natuur.

Onze postmoderne cultuur heeft niet veel verbetering gebracht: vooral veel relativisme, vertwijfeling en scepticisme. Veel moderne ‘nieuwe’ vormen van spiritualiteit die gericht zijn op het ‘innerlijke’ laten ons ook verder afdrijven. We moeten niet naar binnen keren in ons zelf, maar juist naar buiten treden. Willen we klimaatverandering en armoede tegengaan dan moeten we (zo is mijn overtuiging) een cultuurverandering teweeg brengen. Het belangrijkste daarin: We moeten een band aangaan met de aarde en de volheid van leven op aarde. Een innige band met de natuur moet een essentieel onderdeel zijn van onze dagelijkse manier van leven. Je moet kunnen opgaan in de levenslust van een kiemplantje dat de aarde openbreekt in de lente. Je moet verliefd kunnen zijn op een tuin, een stukje aarde, waar je een paar keer per week komt met vrienden. Het is goed om daarbij je traditie niet te vergeten. Veel voormoderne tradities (Christendom, Islam, Jodendom, Hindoeisme, Boeddhisme, Natuurgodsdienstige tradities) bieden culturele hulpbronnen om betekenis te geven aan die band met de natuur: of die band ontstaat door een vorm van animisme (het uitgangspunt dat de natuur bezield is) of door een spiritualiteit van liefde en nederigheid ten opzicht van de schepping. Op de tuinen maken we er niet zoveel woorden aan vuil, wel onze handen. We doen het gewoon. Door het verbouwen van groenten is ons dagelijks bestaan verankerd in de aarde.

Kinderactiviteiten

We hebben steeds vaker kinderactiviteiten op onze tuinen. Laatst was er een groep acht van een basisschool bij ons op bezoek voor een JINC-stage. Het doel is dat kinderen kennis maken met allerlei beroepen. Een uur lang gingen ze fanatiek los op het scheppen van houtsnippers in kruiwagens, racen met de kruiwagens over een nieuw aan te leggen paadje langs een heg. Daarna hebben we samen een kampvuurtje gestookt: houtjes breken voor aanmaakhout, vuurtje opbouwen, deeg rond een wilgentak rollen en een broodje bakken boven het kampvuur. Er ging een wereld voor ze open. Kinderen in de stad brengen nooit op zo’n manier hun tijd door: ze hebben zelden zo direct contact met natuur, houtsnippers, fysiek werk, takken, in een kring, zelf een broodje bakken boven een vuurtje, elkaar helpen, grappen maken. Ze wilden niet weg.

Dit is hoe het werkt op onze tuinen: we bouwen een cultuur waarin het normaal is om bij elkaar te komen op plekken waar je echt contact hebt met elkaar en met de natuur. Waar de natuur door je handen gaat, waar de geur van meidoornbloesem, kampvuur en vers gebakken brood zich mengt met een ontluikende vriendschap in de eerste jaren van je leven.

Rutger Henneman

31 mei 2019

* Over de Tuinen de Andere wereld

In deze rubriek bespreek ik de laatste ontwikkelingen van de buurtmoestuinen van GroenGoed en de Vredestuinen en het belang van die ontwikkelingen. De rubriek verschijnt ook op de website van het Stadslandbouwtijdschrift. Het is mijn manier om te graven in de maatschappelijke en culturele betekenis van wat we doen. Wat doen we nou ECHT met de tuinen? Het is mijn persoonlijke ideaal dat de buurtmoestuinen een glimp laten zien van ‘de Andere Wereld’.

(Lees hier meer over Rutgers Rubriek: De Tuinen, de Andere Wereld)

Feestelijke opening Bloklandtuin

Afgelopen weken hebben we samen met een hoop buurtbewoners hard gewerkt aan de uitbreiding van de Bloklandtuin. We hebben het hek verplaatst en tegels uit de stoep gehaald. De tuin is flink veel groter geworden en we staan te popelen om groenten en fruit te verbouwen in de nieuwe Bloklandtuin!

Maar eerst is het tijd voor een feestelijke opening!

Wanneer: Vrijdag 26 april
Hoelaat: 15.00 – 17.00
Waar: Op de bloklandtuin (hoek Bloklandstraat/Tochtstraat)

Wij zorgen voor eten/drinken en gezelligheid! Wil jij iets meenemen om te delen? Graag!

Tot dan!

Episch Kampvuur op 31 maart. Je mag het niet missen!

Een veenbrand woedt door Rotterdam. Aan de oppervlakte zie je het niet. Maar het vuur is niet te stoppen. Groene organisaties verbinden zich, armoedebestrijdingsorganisaties bouwen aan een beweging, de klimaatbeweging maakt nieuwe plannen na de grootse demonstratie op 10 maart. Verborgen vuur: levenskracht, passie om te bouwen aan een mooiere wereld. De Vredestuin en GroenGoed doen actief mee.

Zondag 31 maart is het vuur wel zichtbaar!

Om 17:00 gaat de fik erin bij de Vredestuin in het Park Pompenburg (kruising Pompenburg/Couwenburg). Wees welkom bij ons epische maandelijkse potluck kampvuur! Neem eten en/of drinken mee. Neem je vrienden mee. Neem je muziekinstrumenten mee. Onder de sterrenhemel, bij het vuur, wordt gelachen, gegeten en gedronken, muziek gemaakt. Daar ontluiken vriendschappen, samenwerkingsverbanden, revolutionaire plannen. Je mag het niet missen!

Wat: kampvuur/potluck

Waar: Vredestuin (in Park Pompenburg)

Wanneer: zondag 31 maart, 17:00 tot laat

Extra’s: neem eten en/of drinken mee en muziekinstrumenten.

(Foto kampvuur door Nitai)